Dani de Morón & Kiya Tabassian feat. Rosario la Tremendita & Mohammad Motamedi
Duende & Hâl

Muzikale vervoering tussen oost en west
Topflamencogitarist Dani de Morón ontmoet de Iraanse setarvirtuoos Kiya Tabassian in een betoverende dialoog op snaren in een muzikale reis tussen twee culturen. Vanuit de zachte melancholie van de Perzische muziek en de rijke flamencotraditie met haar rauwe lamento – die deels in het oosten haar oorsprong vindt – weven zij een klanklandschap waarin harmonieën versmelten en een nieuw muzikaal universum tot leven komt.
Duende, dat zeldzame, ongrijpbare moment van vervoering wanneer in de flamenco de chemie tussen de artiesten onderling en het publiek opborrelt en overweldigt, heet in de Perzische muziekcultuur Hâl. Volgens dichter Federico García Lorca moet je haar zoeken ‘in de achterste vertrekken van het bloed’ en is ze van alle culturen.
Flamencozangeres Rosario ‘La Tremendita’ en de Iraanse zanger Mohammad Motamedi, die elkaar in 2011 ontmoetten in Qasida, een hoogtepunt uit de geschiedenis van de Flamenco Biënnale, vinden elkaar opnieuw in dit nieuwe project van Kiya Tabassian en zijn Ensemble Constantinople.
Op dit nieuwe kruispunt tussen oost en west ontspringt een concert dat bruist van energie, synergie en ontdekkingsdrang, waarin elke noot voelt als een openbaring en muziek rechtstreeks hart en ziel in stroomt.
Dani de Morón (1981), zonder twijfel één van de beste gitaristen van zijn generatie, geboren en getogen in Morón de la Frontera, de Zuid-Spaanse gitaarstad bij uitstek, heeft de traditionele alzapúa (de duim swingend op de lage snaren) van nature in zijn vingers. De Morón verkent graag nieuwe muzikale einders en is daarom een graag geziene gast op de Flamenco Biënnale.
Rosario Guerrero ‘La Tremendita’ – De Krijger - heeft haar naam mee. De zangeres met haar zacht rauwe stemgeluid staat haar mannetje in de flamencowereld. Geboren in de zigeunerwijk Triana, Sevilla en getogen door haar overgrootmoeder en vader in de cante jondo, weet La Tremendita waar en hoe ze de oude zang net dát kneepje moet geven, zodat ze pijn doet. El pellizco, het geheime wapen van elke goede zanger, is haar natuurlijk gegeven.
Duende is, volgens Federico García Lorca (1898-1936) een vorm van Dionysische bezieling waar elke scheppende kunstenaar mee strijdt. “Je moet haar zoeken in de achterste vertrekken van het bloed,” aldus Lorca. “Ze verwerpt alle zoete aangeleerde geometrie, breekt door alle stijlen heen en drinkt uit de menselijke pijn die geen troost kent.” Duende is van alle kunsten, maar zo meent de dichter: “Ze manifesteert zich het best in de muziek, dans en voorgedragen poëzie omdat deze het meest direct op het gemoed en de zintuigen inwerkt.”


